NINOVE – Veerle Cosyns (Vooruit) en Tania De Jonge (Positief Ninove) namen tijdens de gemeenteraad van 16 februari de maatregelen op de korrel om de wasserij en het kapsalon in het wzc Klateringen af te bouwen.
“Deze meerderheid zei in haar ‘fabeltjeskrant’ voor de verkiezingen in te zetten op meer warme zorg”, begon Cosyns haar interpellatie. “Het tegendeel is waar: serviceflats op de schop, tussenkomsten aan huis en palliatieve thuiszorg weg en nu de wasserij en het kapsalon. Een wasserij is voor de bewoners essentieel, want de was uitbesteden is onpersoonlijk en duurder en de familie kan dat niet altijd oplossen. Bovendien gaan daardoor werkplaatsen voor artikel 60 verloren.”
Uitdoofscenario
“We blijven gaan voor warme zorg en een financieel verantwoordelijk bestuur”, repliceerde de schepen voor sociale zaken Ilse Malfroot (Forza Ninove). “De stad past elk jaar bij voor het woonzorgcentrum, maar het moet beheersbaar blijven. We voorzien een geleidelijke overgang, uitgewerkt door de directeur, waardoor niemand zijn job verliest. 40 % van de werkzaamheden blijft bestaan. De medewerkers zijn ingelicht op 13 januari en zullen elders binnen de dienst kunnen werken. Voor de huidige bewoners verandert niets; in de toekomst halen we de was uit de dagprijs. In andere woonzorgcentra gebeurt de helft van de was nu al door familie. We raken niet aan de kwaliteit.”
Impact
Bij Tania De Jonge riep de beslissing om het kapperssalon geleidelijk af te bouwen eveneens ernstige vragen op. “Wij geloven sterk in efficiënt werken en in het principe dat de overheid niet alles zelf moet organiseren. Maar een vaste kapper in een woonzorgcentrum is méér dan louter een dienstverlening en zorgt voor continuïteit, vertrouwen, stabiliteit, sociale verbondenheid, eigenwaarde en fierheid. Heeft men bij het nemen van deze beslissing stilgestaan bij de praktische beperkingen en de impact op kwetsbare bewoners?”
“Ook hier geldt een uitdoofscenario, dat pas in 2032 definitief zal zijn”, antwoordde schepen Malfroot. “Momenteel werkt nog maar 1 kapster aan 80 %, waardoor de gebruikelijke frequentie en individuele afspraken niet meer mogelijk zijn. Er is al vaker een beroep gedaan op een externe kapster. Zaai dus geen paniek, de kapperszorg is voor elke bewoner gegarandeerd.”
Plan van aanpak
De Jonge vond een impactanalyse op haar plaats en een proces om de continuïteit te verzekeren. Dirk Vanderpoorten zag dat ook zo. “Dat proces moet nu al beginnen. Schakel naast de vaste kapster een externe in en laat het niet alleen over aan de familie. Er zijn voldoende mogelijkheden via duaal leren of Syntra.”
“Ik deel de bezorgdheid, maar je moet het sociaal aspect niet alleen verhalen op de kapster. We zorgen voor een plan van aanpak in overleg met de directie”, besloot de schepen.
MLI